Het was jaren uitverkocht, maar sinds 2018 is het Clay Service weer verkrijgbaar. Gelukkig maar, want dit servies vertelt een bijzonder verhaal over het gebruik van lokaal materiaal en laat zien hoe ongewoon een gewoon bord eigenlijk is.

Diversiteit in natuurlijke materialen

De borden waar we van eten en de kopjes waar uit drinken: we maken er dagelijks gebruik van, maar zien ze eigenlijk amper staan. En dat terwijl ze gemaakt zijn van een doodgewoon materiaal waar we allemaal dagelijks overheen lopen: klei. Juist die interesse voor materiaal dat dichtbij ons staat, is wat het ontwerpersduo Atelier NL drijft. In een wereld waar gestandaardiseerde materialen de norm zijn geworden, kiezen zij ervoor om vooral de diversiteit van lokale materialen te onderzoeken. Met de producten die daaruit voortkomen willen ze mensen bewust maken van de materialen uit onze eigen omgeving en bovendien de schoonheid daarvan laten zien.

Het handelsmerk van Atelier NL is de stempel in ieder serviesstuk. De stempel vertelt waar het materiaal vandaan komt en hoe de samenstelling van klei eruit ziet.

Nederland kleiland

Veel servies is gemaakt van aardewerk en dat wordt gemaakt van klei. Nederland is een echt kleiland dankzij de drie grote rivieren de Rijn, Maas en Schelde. Van de klei uit die rivierbeddingen is altijd graag gebruik gemaakt. Van oudsher staat Nederland dan ook bekend om baksteenfabrieken, dakpannenindustrie en om belangrijke keramiekcentra als Makkum en Maastricht. Dat de klei die uit de grond komt geen uniform materiaal is, zag je altijd aan het eindproduct. De samenstelling en de kleur ervan verschilde per locatie.

Een bakstenen fabriek in Nederland. Dit soort fabrieken stonden meestal aan een rivier, omdat daar de klei direct opgegraven kon worden.

Van lokaal en divers naar standaard 

Die eigenheid van lokale klei was vroeger hét handelsmerk van een fabriek. Zo wist je dat rode klei uit Tegelen (Limburg) en gele klei uit Sopsum (Friesland) kwam. Maar met het grotendeels verdwijnen van die industrieën, verdween ook de behoefte aan diversiteit. Sterker nog: in de opkomende consumentenmaatschappij werd eigenheid en identiteit van lokale klei als een probleem gezien. Industrieel vervaardigde producten moesten er na de Tweede Wereldoorlog vooral hetzelfde uit komen te zien. Daarom werd een standaard grijze klei de norm. Dit bleek ook een stuk praktischer in gebruik, omdat er een uniforme productiewijze kon worden bedacht.

Een verzameling lokale klei uit Nederland, in verschillende kleurgradaties.

Product of materiaal centraal?

Lokale klei is namelijk een stuk moeilijker om mee te werken dan de standaard klei: het verschilt steeds van samenstelling en de manier van verwerken vereist specifieke kennis. Zo verdween wat ooit de norm was volledig naar de achtergrond. Ook Lonny van Ryswyck en Nadine Sterk (samen Atelier NL) waren gewend om met gestandaardiseerde materialen te werken toen ze afstudeerden aan de Design Academy Eindhoven. Het soort product dat je ging ontwerpen stond centraal en pas als het product bedacht was ging je op zoek naar geschikt materiaal. Het inzicht dat het andersom wellicht veel interessanter is, kwam toen ze in Peru op werkbezoek waren.

Lonny van Ryswyck met een emmer klei in de bollenvelden.

Identiteit en verbondenheid

Tijdens een bezoek aan een Peruaanse keramiekwerkplaats in 2006 zagen ze dat mensen klei uit een stukje land verderop haalden om er vervolgens producten mee te maken. De identiteit en verbondenheid die uit die werkwijze sprak, triggerde hen. Bij thuiskomst wilden ze dan ook weten: kunnen we dit ook in Nederland doen? Ze doken in de geschiedenis van klei uit Nederland en besloten het gewoon te proberen. In een auto reden ze door het land en haalden ze bij boeren lokale klei op. Bij thuiskomst zagen ze meteen wat voor rijkdom ze hadden opgegraven: een palet aan verschillende soorten en kleuren klei uit de Nederlandse grond.

Een gedeelte van de klei opgravingen is hier uitgestald. Je ziet hier verschillende kleurgradaties bruin/grijs.

Klei scheppen in de Noordoostpolder

Dit bevestigde hun gevoel en wakkerde het enthousiasme om dit Oer-Hollandse materiaal verder te onderzoeken aan. Er volgde een tweejarig artist-in-residence project in de Noordoostpolder. Hier onderzochten ze de verschillende soorten klei in deze relatief kleine regio. Van de klei die ze ophaalden bakten ze tegels, die ze allemaal bij elkaar hingen in een reusachtige kaart. Aan de kleur van de klei kon je duidelijk de kenmerken van een bepaald gebied aflezen: bijvoorbeeld of het bosgebied of landbouwgrond was. Door dit visueel te maken werd de enorme diversiteit van de Nederlandse klei duidelijk, en was de basis van het Clay Service gelegd.

Tijdens dit project leerden we pas echt kijken. Hier leerden we dat hoe meer je inzoomt, des te meer details zich ontvouwen. Je gaat dan details zien die je anders niet ziet.  – Nadine Sterk

De ‘tegelkaart’ van de Noordoostpolder laat de diversiteit van de grond in deze relatief kleine regio zien.

Vorm volgt onderzoek

De volgende stap in het project was het vertalen van dit materiaalonderzoek naar een bruikbaar product. Ze kozen voor een servies. Het materiaal waar servies van is gemaakt, is namelijk ook de grond waarop ons eten wordt verbouwd. Door dit bij elkaar te brengen wilden ze een nieuw besef van de grond waarop we leven en de producten die we dagelijks gebruiken creëren. En zo een andere – persoonlijkere – relatie tussen gebruiker en product laten ontstaan. Het Clay Service werd een basic servies: stoer, grof en dikwandig. Het werd in een paar basisvormen uitgebracht: een schaal, een bord, een kom en een kopje.

De serviescollectie na het bakken in de oven. Hierna wordt het geglazuurd met een transparant glazuur.

Kleur en eigenschappen zichtbaar

In 2009 startte ze vervolgens de productie met klei uit zes gebieden: Winterswijk, Tegelen, Sopsum, Grijpskerk, Brunssum en Ochten. Alle zes de kleisoorten hadden een andere kleur, van lichtgeel tot donkerpaars. De originele kleur van de klei moest zichtbaar blijven, dus werd er gekozen voor een transparante glazuurlaag. De vette stempel in de rand toont specifieke informatie over de klei: welke afzetting het is, welke stoffen erin zitten en uit welke regio het komt. Zo leer je dat het Sopsum servies geel is, vanwege de hoeveelheid calcium in de grond (kenmerkend voor Friesland). En dat een Brunssum bord rood is, vanwege het hoge percentage ijzer – typisch voor Limburg.

Het Clay Service in de oorspronkelijke zes kleisoorten.

Uitdagen van conventies

Tegenwoordig lijkt het gebruik van lokale materialen in design bijna dagelijkse kost. Het gangbaar maken van deze onderzoekende werkwijze, waar kennis over ambacht en materiaal centraal staat, is een bijzondere verdienste die Atelier NL sinds 2006 op haar naam mag zetten. Want wat het Clay Service bijzonder maakt, is dat het niet primair gaat over mooie borden of kommen maken. Het servies is het resultaat van een onderzoek: dit onderzoek wordt samengevat in de vorm. En door die simpel te houden, laten ze het bijzondere van het gewone zien. Inmiddels bestaat het servies ruim 10 jaar en heeft Atelier NL de productie in eigen handen genomen. Met hun studio zetten ze zich in voor uitgebreid en doorlopend onderzoek naar de eigenschappen van lokaal materiaal. Op deze manier houden ze kennis over materiaal in stand, blijven oude ambachten bewaard en dagen ze de conventies van huidige industrieën uit.

Dat het niet altijd makkelijk is om dit te maken is van ondergeschikt belang: het is belangrijk dat dit product en de methodiek er zijn en dat specifieke kennis hierover bewaard blijft. – Atelier NL

De productie van het Clay Service heeft Atelier NL inmiddels in eigen handen. Hier wordt de klei in een mal gedrukt en zo tot bord gevormd.

Waar te koop?

Het Clay Service is verkrijgbaar in vier verschillende varianten: kopje (€24), kom (€30), bord (€34) en schaal (€90). De beschikbaarheid van de verschillende regio’s (en dus kleuren) wisselt, dus kijk voor het meest recente aanbod altijd even op de website www.ateliernl.com.

Nadine Sterk (links) en Lonny van Ryswyck zijn samen het ontwerpersduo achter Atelier NL.