Ooit was het een exclusief ding dat kwaliteit uitstraalde, inmiddels is het zo gewoon geworden dat het juist voor het tegenovergestelde staat: het klassieke gele potlood van het merk met de exotische naam Koh-I-Noor. Maar wat maakt dit kleine stukje gereedschap nou zo bijzonder? En waarom is het eigenlijk geel?

Bijzonder onopvallend

Je kunt je natuurlijk afvragen of het potlood tegenwoordig nog wel zo’n dagelijks gebruiksvoorwerp is. Het toetsenbord of het tekenpad hebben die functie inmiddels wel overgenomen. Toch is het potlood nog steeds zo’n ding dat iedereen in huis heeft. Het materiaal kent namelijk een hele fijne eigenschap: alles wat je er mee opschrijft kun je ook weer gewoon uitwissen. Best bijzonder dus eigenlijk, maar opvallen: dat doet het potlood allang niet meer.

Een voorbeeld van een potlood in de 16e eeuw.

Innovatief product

Dat was in 1889 wel anders, toen potlodenfabriek Koh-I-Noor uit Tsjechië het gele potlood presenteerde op de Wereldexpo in Parijs. Toen was dit het absolute neusje van de zalm qua innovatie en kwaliteit. Hoewel het kleine stukje gereedschap amper opviel tussen de grote exposities, waren de reacties wel degelijk lovend. Want een geel potlood, dat had nog nooit iemand gezien.

Reclame voor de Wereldtentoonstelling in Parijs, 1889.
Reclame voor de Wereldtentoonstelling in Parijs, 1889.

200 jaar ontwikkeling

De keuze van de kleur geel was echter pas de laatste toevoeging in een serie van uitvindingen die plaatsvonden in een periode van zo’n 200 jaar. Dat begon bij de ontdekking van het materiaal waar het allemaal om draait: grafiet. Grafiet is een mineraal dat in de grond zit en dat wordt gevormd door verschillende lagen gesteente die eeuwen lang op elkaar gestapeld zijn. Tegenwoordig zijn er op allerlei plekken in de wereld grafietmijnen toegankelijk, maar de allereerste vond men het in het Engelse Lake District.

Grafiet is een mineraal dat tegenwoordig gewonnen wordt in grafietmijnen over de hele wereld.

Grafiet uit Engeland

Om precies te zijn was dit in het dorpje Borrowdale in 1564. Hier begint dan ook de geschiedenis van het potlood. Het grafiet dat men vond bleek zeer geschikt om markeringen meer aan te brengen. En anders dan inkt, dat toen het gangbare middel was om te schrijven, vlekte het niet. Nadeel was alleen dat het materiaal relatief zacht was. Dat loste men op door het grafiet te verpakken in een omhulsel van hout. Ook waren er chiquere zilveren of gouden kokers die men vulde met grafiet. Hoewel dit nog geen ideale producten waren, maakte ze het materiaal wel een stuk handelbaarder.

Voorbeelden van 16e eeuwse potloden.

Grafiet en klei

Een echte oplossing voor het zachte grafiet kwam pas in 1794 en was eigenlijk een oplossing van een heel ander probleem. De Fransen waren namelijk in oorlog met Engeland, waardoor de toevoer van grafiet (dat nog altijd vooral uit Engeland kwam) erg schaars was. Om zo lang mogelijk te doen met het grafiet dat wél beschikbaar was, mengde de Fransman Nicolas-Jacques Conté het met klei. Door het vervolgens te bakken ontdekte hij dat hij er niet alleen veel langer mee kon doen, de stiften werden er ook veel sterker door. Hierdoor kon je er een stuk beter mee werken. Ook ontdekte hij dat de verhouding klei en grafiet invloed had op de stevigheid en daarmee de kleur. Harde stiften gaven een diepe grijze kleur, de zachtere meer lichtgrijs.

Grafiek waarin de gradaties van hardheid van grafiet zijn aangegeven. Hoe harder het potlood, hoe donkerder de kleur.

Gum

Deze nieuwe grafietstiften werden wederom in hout gevat en daarmee was de basis van het potlood, zoals we ‘m nu kennen, gelegd. Inmiddels werden er op meerdere plekken in de wereld grafietmijnen ontdekt en begonnen men internationaal verschillende potloodfabrieken op te zetten. Ruim 50 jaar later, in 1858, volgde wederom een belangrijke nieuwe ontwikkeling. Men had namelijk inmiddels ontdekt dat je met rubber potloodstrepen kon uitwissen. Een slimme Amerikaan leek het handig om deze twee losse producten te koppelen, en voegde een klein stukje rubber toe aan de achterkant van het potlood.

Het potlood met een gum aan de achterkant werd in 1858 op de markt gebracht.

Introductie van de kleur geel

Het potlood begon er dus rond 1860 al redelijk uit te zien zoals we ‘m nu ook kennen. De houten buitenkant was meestal gewoon houtkleurig, maar werd soms – in het geval van wat slechtere kwaliteit hout – overgeschilderd om oneffenheden te verbergen. En toen besloot de Tsjechische Koh-I-Noor met het gele potlood te komen.

Klassiek Koh-I-Noor potlood. Zo worden ze nog steeds gemaakt.

Beste potloden ter wereld

De fabriek Koh-I-Noor, die al vanaf 1790 bestond, richtte zich vanaf 1880 volledig op het maken van potloden. Ze vernoemden zichzelf naar de (toen) grootste en mooiste diamant op aarde: de Perzische Koh-I-Noor, wat Berg van Licht betekent. Daarmee zette ze de toon voor hun product, namelijk het maken van de beste potloden ter wereld. Voor hun potloden gebruikten ze grafiet uit het grensgebied tussen Siberië en China, een plek die bekend stond om de hoge kwaliteit van dit materiaal.

Stapel grafiet bij Chinese mijn.

Kleur van de keizer

Door de handel met China leerden deze ondernemers dat symboliek in de Chinese cultuur een centrale rol speelt. Zo is geel in China de kleur van de keizer en staat het voor excellentie en geluk. Dit was de belangrijkste inspiratiebron voor de Koh-I-Noor fabriek om hun excellente product geel te verven. En dat werkte: Koh-I-Noor werd marktleider en creëerde een iconisch product.

Huangdi, ook wel de Gele Keizer, is een legendarische Chinese keizer en wordt vereerd als een godheid.

Van exclusief naar massaproduct

Maar al snel ontdekten de concurrenten dit ook en werd de kleur geel wereldwijd gekopieerd. Hiermee gebruikten ze de uitstraling van de kleur geel, maar niet alle potloden waren van even hoge kwaliteit. Wat begon als een onderscheidend product, leidde uiteindelijk tot uniformiteit. Het klassieke gele potlood dat ooit stond voor exclusiviteit en kwaliteit, werd een onzichtbaar dertien in een dozijn product.

Waar te koop?

Ondanks de kopieën is Koh-I-Noor nog steeds een succesvol merk voor kantoorbenodigdheden, waaronder natuurlijk het klassieke gele potlood.

Een blik met 12 potloden kost €13,16 en is oa te bestellen via www.bol.com.